Het moeilijkste van de naastenliefde: corrigeren

Een van de moeilijkste aspecten van de naastenliefde is een ander op zijn fouten wijzen. Komende zaterdag en zondag houdt Jezus ons dat in het evangelie voor (Mat. 18, 15-20). Iemand onder vier ogen terechtwijzen … Dat doen we niet gemakkelijk en het ligt gevoelig. Zeker in onze tijd: we leven in een individualistische maatschappij, persoonlijke vrijheid staat hoog aangeschreven en moeten we ons dan met elkaar bemoeien? In het Oude Testament vroeg Kaïn al “Ben ik dan de hoeder van mijn broeder?” (Gen, 4,9). Kerkvader Augustinus (354 – 430) zegt: Horen, zien en zwijgen, wordt vaak opgevat als vriendelijkheid, maar het kan ook onverschilligheid zijn. … Als je ziet dat iemand een fatale fout begaat, en je zegt niets, dan laat je die ander in de steek.

Jezus geeft er in dit zondagsevangelie meteen een voorwaarde bij hoe je dat moet doen: “Wijs iemand onder vier ogen terecht …”  Daar ligt al een beperking: doe het onder vier ogen! En, ik zou het nooit doen zonder eerst voor de ander te bidden; dat het niet je eigen frustratie is die je overbrengt. Even belangrijk wát we zeggen is hóe we het zeggen. En op welk moment. En je kunt het ook alleen maar doen als je de ander goed kent.

Maar het blijft wel een aspect van naastenliefde waar we niet voor moeten weglopen: bij God telt iedere persoon. We zien dat bijvoorbeeld in het evangelie van de honderd schapen … Bij de apostel Jakobus lezen we: Als iemand van jullie van de waarheid afdwaalt en een ander brengt hem tot bekering, dan moet hij weten: wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, zal diens ziel van de dood redden (vgl. Jac. 5, 19-20). Elkaar corrigeren is dus een aspect van de naastenliefde.

Roep van tevoren je eigen engelbewaarder aan, om de juiste woorden te zeggen, en roep ook de engelbewaarder van de ander aan: dat diegene open mag staan voor wat je gaat zeggen. En wácht ook niet te lang op het juiste moment; dat komt nooit … Kerkvader Johannes Chrysostomus (ca. 345 – 407) zegt hierover: het wachten op het juiste moment kan zowel een vorm van christelijke wijsheid zijn, maar ook een neiging tot uitstel en daarmee een teken van lafheid.

Gelukkig eindigt dit zondagsevangelie met gebed. We hoeven het niet op eigen kracht te doen. Waar onze intenties zuiver zijn, mogen we vertrouwen op de H. Geest die ons de moed en wijsheid geeft om dit delicate aspect van de naastenliefde op te pakken. “Waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik midden onder hen.” (Mat. 18, 20)   

Wim Miltenburg fso, pastoor-deken