Foto ingang van de H. Martinuskerk in Beegden

Geloven kost geld

Deze weken ontvangen mensen die de eigen parochie financieel steunen post vanwege de actie kerkbalans. Als een dankjewel voor hun support in het afgelopen jaar en ook als uitnodiging de parochie te blijven steunen. Aan de ene kant vreemd dat bidden en geloven geld kost. Anderzijds ook heel begrijpelijk. We komen het in de H. Schrift al tegen. Paulus heeft het over een grote collecte, die hij houdt voor de ondersteuning van de kerk in Jeruzalem, die arm was.

In onze parochies doen vrijwilligers onschatbaar veel werk. Zonder hen hadden we al veel godshuizen moeten sluiten. Telkens is het dan ook een aderlating als een actieve vrijwilliger niet meer verder kan. Tot voor enkele maanden heeft bijvoorbeeld organist Lei Janssen uit Heel nog Missen begeleid en in december hebben we de uitvaart voor hem moeten houden. Onze parochies worden gedragen door de vrijwilligers!

Toch zijn er vele kosten: de kerkgebouwen, salarissen van de bedienaren, verzekeringen, verwarming, enz. Als monument komen een aantal kerken in aanmerking voor subsidie voor onderhoud van het gebouw. Daarnaast wordt in onze parochies praktisch alles door parochianen opgebracht. Zij geven een stipendium bij het lezen van een H. Mis; een vrijwillige donatie bij sacramenten of zegeningen en anderszins en we kennen de jaarlijkse actie KERKBALANS.

Van 15 tot 29 januari 2022 vragen we hiervoor aandacht. Wil je dat de kerk kan blijven doen waar ze al eeuwenlang voor staat? Geef dan vandaag voor de kerk van morgen.  We doen een beroep op iedereen die het waardevol vindt dat de kerk er is. Veel mensen hebben in coronatijd de diaconale en pastorale dimensie (opnieuw) ontdekt, of de rust die uitgaat van een moment van stilte in een kerk of kapel. Geloven zelf kost natuurlijk niet echt geld. Maar inspirerende vieringen wel; en ook als je een zorgzame gemeenschap wil zijn; een gastvrije kerk wil bieden.

Kortom om de mensen nabij te kunnen blijven gaat niet zonder financiële basis. Daarvoor is de actie Kerkbalans. Het is een landelijke actie, maar het geld komt ten goede aan de eigen parochie. Daarom vindt u ook dáár de bankrekeningnummers. Het is het niet vanzelfsprekend dat de kerk er is. Geven we vandaag voor de kerk van morgen.   

Wim Miltenburg fso, pastoor-deken

Uitzicht in 2022

Van velen heb ik een kerst- of nieuwjaarswens ontvangen. Ieder dank daarvoor oprecht en ik merkte ook dat kaarten en woorden veelal met zorg waren gekozen. Op een ervan stond een actuele gedachte die ik hier graag weergeef. In de wens van de leden van Foyer de Charité Marthe Robin in Thorn stond de oproep: geen lock down, maar een look up. Niet bedoeld om de lock down en de coronamaatregelen te negeren, maar om ook in deze omstandigheden onze blik naar boven te richten: look up!

Gelovige mensen houden altijd hoop. Niet omdat we de ernst en zorgen van nu niet zouden (willen) zien, maar wij houden onze blik gericht op Jezus Christus. Wat er dit jaar ook gebeurt, we kunnen altijd onze blik omhoog richten naar Jezus. Hij is juist in onze wereld gekomen is om ons perspectief te bieden. Dat drukken we uit in onze nieuwjaarswensen: de beste wensen, een gelukkig, voorspoedig of zalig 2022. Het begrip zalig heeft de klank en de lading van de zaligsprekingen uit de Bergrede (Mt 5). Mensen die je niet meteen gelukkig zou prijzen, zoals de armen en degenen die treuren (vgl. Mt 6) worden wel zalig geprezen; zij beseffen dat zij voor het echte geluk God nodig hebben. Zij richten hun blik naar boven, een look up naar God.

In de omstandigheden van nu ontvangen we hiervoor eigen genade. Genade kunnen we vertalen met kracht. Het Hebreeuwse woord voor genade – chanan – klinkt verbasterd nog door in ons woord gein of geintje. Het is vanuit de Joodse volkstaal in het Nederlands gekomen. Voor de gein betekent zo voor de grap en gein maken plezier of lol hebben. Het klinkt positief, blij.

Zo klinkt ook in het woord genade vreugde door. God wil het beste voor ons, ook als de omstandigheden lastig zijn: daarvoor ontvangen we voor 2022 Gods genade – zijn gunst, kracht en vreugde. Als gelovige mensen zouden we zelfs bij een lock down niet te neergeslagen moeten zijn, maar hoop en vertrouwen houden: een look up! Richt u op, want uw verlossing is nabij (vgl. Lc 21, 28). Jezus is ons goedgezind; heeft het leven met ons gedeeld en trekt ook in 2022 met ons mee. Houden we onze blik op Hem gericht.

Wim Miltenburg fso, pastoor-deken

Hoe katholiek is ons kerstfeest?

Kerstmis vind ik geen katholiek feest.” Bram (10 jaar) beweerde dit heel stellig. En hij had een punt. “Waarom niet?”, vroeg ik hem. “Nee”, gaf hij aan, “want dat viert iedereen!”  Daar zit wat in. Het laat zien hoe een opgroeiende generatie naar het geloof kijkt. Dat is niet iets van iedereen, maar van mensen die gelovig zijn; daarvoor kiezen. Weer anders dan mensen die graag wijzen naar de vóór-christelijke wortels van het kerstfeest en daarmee wat wegkijken van de geboorte van Jezus.

Wij vieren dat Jezus in onze mensengeschiedenis is binnengetreden. Dat God aan onze kant is komen staan. Een van ons is geworden. Dat is de Menswording van Gods Zoon. Met Kerstmis verbindt God onze wereld weer met Hem doordat Hij naar ons toekomt in een klein Kind. Uiterst kwetsbaar. Gelukkig had het de bescherming van Maria en Jozef. De geboorte ver van huis en daarna de vlucht naar Egypte laten zien dat het vanaf het prille begin niet gemakkelijk was.

Nu is het aan ons om Het Kind te beschermen: dat Jezus’ geboorte niet ondergaat in een algemeen feest van licht en vrede, waar er voor het goddelijk Kind geen plaats meer is. We kunnen namelijk zo over licht en vrede spreken dat we voorbijgaan aan Jezus zelf. Terwijl Hij juist beantwoordt aan een verlangen dat in iedere mens leeft. Jezus is gekomen voor alle mensen. Hij is de vervulling van wat de profeet Jesaja 700 jaar voor Jezus’ geboorte al geschreven had: “Het volk dat in de duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht … Een Kind is ons geboren … Vredevorst zal Hij heten” (Jes. 9, 1.5).

Jezus komt als het Licht in onze wereld, als de Vredevorst. Naar Hem ziet onze wereld uit; er is altijd behoefte aan verlossing. Dat ervaren we in deze coronatijd nog extra. Bij het Kind in de kribbe mogen we ons thuis voelen. Elk jaar opnieuw; ook als er met Kerstmis beperkingen zijn. Vieren wij Kerstmis mét Jezus. Hij is gekomen voor alle mensen. Zorgen wij ervoor dat mensen Jezus mogen herkennen als Lichtpunt in hun leven. Vieren wij Kerstmis als het feest van Jezus’ geboorte. Zalig kerstfeest!

Wim Miltenburg fso, pastoor-deken

Advent

Een tijd vol verwachting. Zoals ieder nu uitziet naar bevrijding van het coronavirus, met alles wat dat aan beperkingen met zich meebrengt. We hopen verlost te worden van covid-19. En – een beetje afhankelijk in ons vertrouwen in de maatregelen – we werken eraan mee! En tegelijk blijft het een wachten en afwachten. Maar we houden vertrouwen, ook al weten we dat het virus niet meer echt verdwijnt.

Onze adventshouding naar de komst van Jezus sluit hierbij aan. En Hij brengt een verlossing die verder gaat! Juist in onze tijd hebben we een houvast in het leven nodig. Mensen die ontdekt hebben wie Jezus is, en in geloof aan Hem, zo met Jezus door het leven gaan, geven een fundament aan hun bestaan. Ons geloof geeft een zekerheid en houvast en biedt een toekomst die weliswaar niet vrij van problemen en zorgen is, maar er is altijd perspectief.

Onze bisschop schreef dit heel realistisch in zijn brief van afgelopen zondag op het feest van Christus Koning. Enerzijds, geen naïef geloof: “Wie denkt dat deze feestdag [ Christus Koning] betekent dat het voor mensen die in Christus geloven altijd rozengeur en maneschijn is en dat het opsteken van een noveenkaars alle kleine problemen van een gelovig mens wegneemt en grote moeilijkheden voorkomt, omdat het Christus Koning gunstig stemt, kan voor grote teleurstellingen komen te staan.

Anderzijds, je kunt bij het Rijk van God niet zeggen: hier is het of daar is het: het is midden onder ons. Met de woorden van bisschop Harrie Smeets in zijn brief: “Het ‘koninkrijk van God’ vestigt zich in mijn eigen leven. Het is ‘innerlijk’ aanwezig. Het Koninkrijk Gods is binnen handbereik. Alleen God kan mij inspireren om er een stap dichter bij te komen, er binnen te gaan en het zo tot een realiteit in mijn leven te maken. Zo zal het Rijk Gods meer en meer werkelijkheid kunnen worden. Hoe onze persoonlijke situatie ook is.” Advent nodigt uit om gelovig in te gaan op die verwachting die in coronatijd nog sterker in ieder van ons leeft. Mooie advent!

Wim Miltenbrug fso, pastoor-deken

Cursiefje

Jezus is er voor ons

Het christelijk geloof heeft iets van ont-moeten. Ook in de zin van ont-haasten. Wij móeten niet van alles; we hoeven niet wat te presteren. Vaker hoor ik hoe alle godsdiensten ongeveer hetzelfde zijn. Eigen aan ons geloof is wel, dat wij ons niet zelf hoeven te bevrijden, maar dat Jezus dat voor ons heeft gedaan. Hij houdt zoveel van ons, dat Hij voor ons aan het kruis gestorven is. Hij hééft ons al verlost; we zijn verloste mensen. We hoeven alleen maar Ja tegen Hem te zeggen. Jezus legt zo geen druk op ons, maar zijn last is licht en zijn juk is zacht. We kunnen Hem Koning over ons leven laten zijn. Hij heeft ons al verlost door onze schuld en tekortkomingen op zich te nemen. Geloven dat Jezus onze Verlosser is, vieren we ook telkens in de liturgie en bijzonder in de sacramenten.

Met een ingewikkeld woord noemen we het genade. Hij schenkt het ons; gratis; we hoeven er zelf nauwelijks iets voor te doen. We kunnen het geschenk van de bevrijding gewoon uitpakken. Het is ons al gegeven. Bedoeld voor iedereen. Gods liefde naar ons, gaat onze voorstelling te boven.

Tegenover Pilatus bevestigt Jezus zijn koningschap: Ja Koning ben Ik, mijn koningschap is evenwel niet van hier. Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar onderlijnen we dit in het feest van Christus Koning. Het vraagt van ons een omdenken: het hangt niet van mijn prestatie af; Jezus heeft die al in mijn naam geleverd. Zijn koningschap is zijn liefde, die zich uitstrekt over heel de aarde naar alle mensen. Dat kan mij tot dankbaarheid stemmen. En mij aansporen Hem te ontmoeten: in het gelaat van de medemens of daar waar mensen in zijn Naam samenkomen.

Wim Miltenburg fso, pastoor-deken

Cursiefje

Mijn tomtom

Tijdens mijn vakantie hoorde ik van een collega hoe hij de goddelijke voorzienigheid vergeleek met een tomtom. Een soort moderne parabel. Ik wil u die vergelijking niet onthouden, want er zit veel in. We herkennen er Gods barmhartigheid voor ons in, zoals Jezus ons die heeft getoond.

In de auto toetsen we ons doel in het navigatiesysteem in en deze leidt ons over vele wegen naar de finish, waar we dan mogen horen “u hebt uw bestemming bereikt.” Onderweg geeft de tomtom aan: rechtdoor, naar links of naar rechts, op de rotonde de tweede afslag nemen, nu omkeren alsjeblieft, enz. En als we afwijken van de voorgestelde route, kiest het navigatiesysteem automatisch een andere route om toch goed aan te komen, al duurt het dan langer. Wordt het te gek, dan klinkt het “de route wordt opnieuw berekend.” En ook dan kunnen we onze weg voortzetten. Telkens opnieuw. 

Zo is het ook met ons leven. God heeft een plan met ieder van ons, Hij heeft een doel voor ons. In ons geweten laat Hij ons aanvoelen hoe we bij dat doel aankomen; hoe we moeten handelen. En tegelijk blijven we vrij om dan de juiste weg of een omweg te kiezen. Waar we eigen wegen gaan, herrekent Hij als het ware onze route en krijgen we nieuwe mogelijkheden. We bereiken ons doel niet zo rechtstreeks en gemakkelijk als had gekund, maar we zijn niet verloren. God is barmhartig en biedt ons nieuwe kansen. Hij heeft zijn plan met ieder van ons, maar houdt rekening met onze eigen koers. En Hij herrekent de route om goed aan te komen. Hij toont die telkens opnieuw, maar het is aan ons of we die ook nemen …

Wim Miltenburg fso, pastoor-deken

Cursiefje:

Maria, moeder van onze familie

Tweede pinksterdag is in ons land een officiële vrije dag, die we graag behouden. Alleen al dat deze vaak in de meimaand valt is een pré. Paus Franciscus heeft in 2018 opgeroepen deze dag te vieren als gedachtenis van Maria, Moeder van de Kerk. Op Pinksteren vieren we de komst van de Heilige Geest over de apostelen. Maria was daarbij.  Samen met Maria waren de vrouwen en de broeders – de leerlingen – in gebed (vgl. Hand 1,14). Daags erna vieren we Maria als Moeder van de Kerk.

Nu in de meimaand worden wij meer nog dan anders aangetrokken om ons vertrouwen in Maria te stellen. Zij trekt ons naar haar beeltenis in een kapel of kerk en we ervaren hoe zij onze moeder is, Moeder van de Kerk. Maria brengt ons bij de Kerk, die Jezus gesticht heeft. Daar mogen wij ons thuis weten en steken we een kaarsje bij haar op. Dit gebaar van geloof en vertrouwen drukt méér uit dan wij met woorden kunnen zeggen. 

Vol begrip noemt paus Franciscus Maria daarom Moeder van de Kerk, dus moeder van die familie van gelovigen, die zich bij Jezus en zijn moeder thuis weten. Maria vereren we als onze moeder, omdat zij ons aanvoelt en begrijpt nog vóór we onze zorgen of verlangens uitspreken. Een kaarsje bij Maria aansteken, hoef je nooit uit te leggen. Dat hoort er gewoon bij. En Maria nodigt ons als moeder uit, met de laatste woorden die er van haar opgetekend staan: “Doe maar wat Hij u zeggen zal!” (Joh 2,5). Zo brengt Maria ons bij Jezus, die ons in het hart prent blijf dit doen om Mij te gedenken (vgl. Lc 22,19). Om zijn liefde voor ons niet te vergeten.

Jezus blijven gedenken. Dat doen we met zijn gebod: Heb elkaar lief, zoals Ik u heb liefgehad (vgl. Joh 15,12). Dat heeft Maria zelf ook gedaan. Zij bleef geloven en vertrouwen. Bij onverwachte gebeurtenissen: op weg naar Bethlehem, bij de haastige vlucht naar Egypte, het verblijf in een vreemd land, de lange terugreis. Haar hoop was niet vervlogen toen ze in radeloosheid naar haar kind opzoek ging, toen deze twaalf jaar was. Of denken we aan haar onmacht op de kruisweg en onder het kruis. En Maria zette haar moederlijke taak voort voor de geliefde leerling en voor allen die in Jezus geloven. We mogen haar Moeder van de Kerk noemen. Door Maria kunnen wij ons thuis voelen in de kerk, die familie van God. Fijn om bij zo’n familie te horen, met Maria als onze moeder. 

Wim Miltenburg fso, pastoor-deken